Verwarm de oven voor op 170 graden.
Meng 250 gram boter met 115 gram witte basterdsuiker en 30 gram poedersuiker en wrijf dit met je vingers door de boter heen. Het beslag moet luchtig worden dus doe dit met je vingertoppen. Draai snelle rondjes zodat er klucht in komt. Doe dit tot de boter helemaal wit geworden is.
Voeg dan 50 ml melk toe en roer het er voorzichtig door. Het moet echt luchtig blijven.
Als laatste mag je 330 gram bloem toevoegen met 3 gram zout even kort doorroeren.
Doe het beslag in een spuitzak met een kartelspuitje. Leg een vel bakpapier op de bakplaat en spuit de krakelingen op de plaat.
Voor het suikerkaneel meng je 100 gram suiker met 1 theelepels kaneel.
Strooi de kaneelsuiker over de krakelingen heen. Schud de overtollige kaneel suiker van de koekjes af.
Bak ze ongeveer 15 -16 minuten af in de oven. Laat ze goed afkoelen.